Weervissers steken de handen uit de mouwen voor een nieuw seizoen

Cor van Dort selecteert staken

Het is nog donker, motregen, wind van over het water en net vier graden boven nul. Naderende koplampen bij de Bergse Diepsluis kondigen de komst van de weervissers Cor van Dort en Henk van Schilt aan. Een nieuw seizoen begint.

Door: Ben van den Aarssen | Foto: Pix4profs/Iman Fase

Vandaag wordt voor het eerst naar de weer in de Oosterschelde gevaren. Maar zo ver is het nog niet.

,,Eerst gaan we de kachel aansteken.” Cor en Henk zijn niet alleen. Ook de Bergenaren Dick Westerhof en Thomas van der Heijden zijn uitgestapt. De in de Thoolse polder woonachtige Adrie Slager is zelfs op de fiets gekomen. Even later meldt ook Jan de Peuter uit Hoogerheide zich aan boord. Het viertal is vrijwilliger bij de stichting Behoud Weervisserij en draait het hele seizoen mee, net als vele anderen.

Het weerzien na de lange winter is warm, nog voor de houtkachel trekt. Adrie roept beelden op van later in het seizoen. Als de ansjovis de weer is ingetrokken en ook aalscholvers grote belangstelling hebben voor de delicatesse uit zee. Tijdens het zogeheten bijliggen zit Adrie uren aan boord om de vogels te verjagen. ,,Soms vertrek je om vier uur in de ochtend, met zeehondjes om je heen en als je geluk hebt mooi licht.”

Lekker buiten bezig

Dick Westerhof is vicevoorzitter van de stichting die zich inzet voor het in stand houden van deze ambachtelijke wijze van vissen. Dick is als bestuurder niet te beroerd om de handjes uit de mouwen te steken. ,,Het is liefde voor de weervisserij als cultureel erfgoed. Maar je bent ook lekker buiten bezig.”

Dat is ook wat Thomas van der Heijden als rentenierende boer drijft. Het landbouwbedrijf bij Ossendrecht heeft hij vroeg van de hand gedaan. Met een bootje de Westerschelde op, dat was lang zijn lust en zijn leven. Vandaag gaat hij voor het eerst mee naar de weer. Schipper Henk steekt hem alvast een hart onder de riem. ,,Het is nooit saai bij ons.”

In een sneeuwstorm op de plaat

Jan de Peuter weet ook wat water is. In zijn werkzame leven was hij technisch directeur bij een groot offshorebedrijf. Jan kent ondertussen ook de seizoenen in de weervisserij. ,,Van het najaar heb ik ook het hout gekapt.” Dat hout ligt nu aan de wal. En wordt straks op een vlet geladen. Om naar de weer te worden gebracht. Mooi sterk essenhout ligt er, gekapt bij Welberg.

,,Voor het fuikgat. Daar heb je sterke palen voor nodig”, zegt Henk. Berken liggen er ook, afkomstig van de plek waar de Bergse containerhaven moet komen. Maar ook hout van vlierbessen en elzen uit de streek. In de dagende ochtend wordt het hout geladen. Busseltje na busseltje. De motregen deert niemand. Adrie heeft het erger meegemaakt. ,,We hebben wel eens in een sneeuwstorm op de plaat gestaan.”

Cor de vraagbaak

Cor van Dort, pas 88 geworden, is bescheiden over zijn bijdrage. ,,Ik steek een handje toe.” Dick Westerhof weet wel beter. ,,Hij werkt het hardst van ons allemaal.” Cor heeft de oude tijd nog meegemaakt. Als ventje van vijftien voor het eerst mee naar de weer. Er waren nog volop andere weervissers toen, ook uit Tholen. ,,Arie en Willem Verkamman lagen naast ons.” Nu is Cor de laatste weervisser, samen met schoonzoon Henk. Nog altijd is Cor de vraagbaak voor Henk. Of er genoeg geladen is? Cor geeft er zijn zegen aan.

Soms vertrek je om vier uur in de ochtend, met zeehondjes om je heen en als je geluk hebt mooi licht

Adrie Slager, vrijwilliger

Tijd om terug naar de grote boot te gaan. De thermoskannen worden tevoorschijn gehaald rond de ondertussen gloeiende kachel. Henk verwacht na het stormseizoen de nodige schade aan de weer. Vandaag wordt er geïnspecteerd en waar nodig nieuwe palen gezet. Dat werk duurt tot in april, zes dagen in de week. Met een motorpomp wordt een meter diep gat in het slik geboord. De vloed is een factor om rekening mee te houden. ,,Langer dan een uur zullen we vandaag geen palen steken.”

Zeepokken schrapen

Storm en zout zijn trouwens niet de grootste vijanden van het hout, legt Dick uit. ,,Dat is de paalworm. De schepen van de VOC hadden er vroeger al last van.” Adrie haalt alvast een schrabber tevoorschijn. ,,Om de zeepokken van de palen te schrapen.”

Henk ziet dat de stenen in het haventje bloot komen te liggen. Hij kijkt Cor aan. Of het geen tijd is om uit te varen? De oude weervisser zegt dat het goed is. Eerst nog een laatste slok koffie. In de grijze verte zal straks de plaat langzaam bloot komen te liggen. Een nieuw seizoen begint. Motregen nog steeds. Aan boord hebben ze er zin in, ook de vrijwilligers. Het is maar net zoals Henk zegt: ,,Vele handen maken licht werk.”

Bron: BN/DeStem